Historie
Voordat we de geschiedenis van Hapkido behandelen, moeten we eerst kijken naar de ontwikkeling de Koreaanse vechtkunsten door de eeuwen heen. Tijdens de Japanse bezetting van Korea in het beging van de twintigste eeuw ging veel Koreaans cultureel erfgoed verloren. Het verloren gaan van veel traditionele Koreaanse vechtkunsten valt echter te wijten aan twee belangrijke factoren. Ten eerste; de Japanse bezetter verbood de beoefening van Koreaanse vechtkunsten en promootte het beoefenen van Japanse vechtkunsten. Ten tweede; Tijdens de Joseon-dynastie, die vooraf ging aan de bezetting, was de beoefening van vechtkunsten niet populair. Dit omdat in de geldende neo-Confucianistische doctrine academische studie als hoger werd geacht dan de beoefening van vechtkunsten.Na de Japanse bezetting bloeiden nieuwe Koreaanse vechtkunsten zoals Taekwondo en Hapkido op, zij het met sterke Japanse invloeden. Later groeide ook weer de interesse in het de traditionele Koreaanse vechtkunsten. In de jaren ’80 van de vorige eeuw was het Myung Jae-nam die zijn eigen vechtkunst, Hankido, ontwikkelde. Hij droeg deze vechtkunst op aan het Koreaanse volk.
Koreaanse geschiedenis
De geschiedenis van het Koreaanse volk wordt verdeelde in verschillende periodes, deze periodes zijn vernoemd naar de heersende dynastieën van die tijd. De Koreaanse prehistorie wordt verdeeld in het Jeulmun-tijdperk en Mumun-tijdperk. Deze perioden zijn vernoemd naar de verschillenden vormen van aardewerk die uit deze periodes stammen. Ten tijde van het Mumun-tijdperk ontstond de staat Gojoseon in het noordelijke deel van Korea.Na de val van Gojoseon in de eerste eeuw voor Christus, verdeelde de macht zich over verschillende staten. Drie van deze staten domineerden uiteindelijk het Koreaanse schiereiland en de periode staat dan ook bekend als het tijdperk van de drie koninkrijken. De drie koninkrijken waren Goguryeo, Baekje en Silla. Uiteindelijk groeide de macht van Silla en in 668 werden de drie koninkrijken verenigd.
Verenigd Silla werd in 918 opgevolgd door de Goryeo-dynastie en de koningen van Goryeo bleven aan de macht tot 1392 toen koning Taejo de macht overnam en de Joseon-dynastie stichtte. Ruim 500 jaar regeerden de vorsten van Joseon over Korea, het is daarmee de langst durende dynastie uit de geschiedenis. In 1897 kroonde de laatste koning van Joseon zichzelf tot keizer. Het Koreaanse keizerrijk was geen lang leven beschoren, in 1910 bezette Japan het Koreaanse schiereiland. De Japanse bezetting duurde voort tot het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945. Na de oorlog werd Korea verdeeld in Noord- en Zuid-Korea. De situatie verslechterde toen in 1950 een oorlog uitbrak tussen beide Korea’s. Van een hereniging van beide landen is nog steeds geen sprake en de grens tussen beide naties geldt als de zwaarst bewaakte van de wereld.
Geschiedenis van de Koreaanse vechtkunsten
Sinds de vorming van staten en waarschijnlijk ook daarvoor al worden in Korea krijgskunsten beoefend. Tot de 20-ste eeuw had de beoefening van deze krijgskunsten in Korea vrijwel altijd een link met militaire instanties of waren in ieder geval gericht op de oorlogsvoering. Hoewel er ook methodes bestonden voor het ongewapende gevecht, werden deze niet al belangrijk gezien. Op het slagveld domineerde het gewapende gevecht. Ongewapende methodes werden gebruikt om soldaten te trainen en fit te houden. Het vormde een basis voor hun verdere training met wapens. Wel waren er ook volks-vechtkunsten waarbij bewoners van verschillende dorpen of streken het tegen elkaar opnamen in worstelwedstrijden (ssireum) tijdens festiviteiten.Prehistorie
Niets is bewaard gebleven over de methodes die werden gebruikt in deze vroege periode uit de Koreaanse geschiedenis. Er zijn gepolijste stenen en pijlpunten uit de Mumun-tijdperk gevonden, verondersteld wordt dat deze zowel voor de jacht als voor oorlogsdoeleinden werden gebruikt. Rond 300 voor Christus begint de Koreaanse bronstijd, en er zijn uit die tijd dan ook bronzen wapens bewaard gebleven.Subak
Alles wijst er op dat ten tijde van de Goguryeo-dynastie (37 v. Chr – 668) verschillende militaire technieken werden beoefend zoals zwaardvechten, speervechten en paardrijden. Op de muren van koninklijke graftombes uit deze periode vinden we afbeeldingen van jagende en vechtende figuren. Welke technieken in deze tijd werden beoefend, kan echter niet uit de muurschilderingen worden opgemaakt. In documenten wordt gesproken van ‘subak’, wat de naam zou zijn van deze vechtkunsten. Subak zou echter ook gewoon het woord uit die tijd voor vechtkunst kunnen zijn.Hwarang
Naast Goguryeo waren nog twee staten actief op het Koreaanse schiereiland, te weten Silla (57 v. Chr –668 CE) en Baekje (18 v.Chr – 660). In 668, na een jarenlange strijd en met behulp van de Chinese Tang-dynastie, was het Silla die aan het langste eind trok en de controle over het gehele schiereiland naar zich toe trok. Hiermee brak het tijdperk van Verenigd Silla (668-918) aan. De geschiedenis van deze drie koninkrijken en Verenigd Silla staan beschreven in twee boeken; Samguk Yusa en Samguk Sagi. Deze boeken werden echter geschreven ten tijde van de Goryeo-dynastie (918 – 1392), meer dan tweehonderd jaar na de val van Verenigd Silla.Aangenomen wordt dat de legers van Silla kennis maakten met subak toen ze Goguryeo om hulp vroegen bij het bestrijden van binnen vallende Japanse piraten. Training in subak werd later een onderdeel van de opleiding van de hwarang, de ridders van Silla. Hoewel we dus weten dat deze hwarang zich trainden in verschillende vormen van zowel gewapend als ongewapend gevecht, is niet bekend welke technieken men trainde en hoe men deze trainde. Wel kunnen we aannemen dat de nadruk bij de training lag op het gewapende gevecht. Veel zwaarden uit deze periode kun je ook tegenwoordig nog bewonderen in Koreaanse musea. Belangrijk om op te merken is dat de hwarang niet alleen vechtkunsten trainden, maar zich ook verdiepten in Boeddhisme en Taoïsme en zich bezich hielden met het schrijven van gedichten en proza.
Het waren vaak Boeddhistische monniken die het onderricht van de hwarang op zich namen. Het wordt hun dan ook toegeschreven dat ze degene zijn die de Koreaanse vechtkunsten hun spirituele aspect gaven, iets waar het de Koreaanse vechtkunsten voor die tijd aan ontbrak.
De 7de eeuws monnik Won Gwang formuleerde een speciale code voor de hwarang, Sae Sok O Gye genaamd. Deze code bestond uit vijf geboden:
- Loyaliteit aan de koning.
- Respect voor je ouders.
- Vertrouwen onder vrienden.
- Niet terug trekken in de strijd.
- Niet onnodig levens nemen.
Goryeo
Ten tijde van de Goryeo-dynastie speelde het leger een belangrijke rol in de samenleving, en dus ook het beoefenen van vechtkunsten. Dit niet in de laatste plaats omdat het Koreaanse schiereiland in deze periode diverse aanvallen moest afslaan, maar ook vanwege onderlinge strijd. Tijdens de regering van koning Sukjong (1054 – 1105) werd een speciaal leger, Byeolmuban, in het leven geroepen door general Yun Gwan om de aanvallen van de Jurchen uit het noorden af te slaan. Dit leger bestond uit drie divisies, namelijk de infanterie Sinbogun, de cavalerie Sinmugun en een leger van Boeddhistische monniken Hangmagun. Het leger bestond uit ongeveer 17.000 soldaten en wist met succes de Jurchen terug te dringen.Het was ook tijdens de Goryeo-dynastie dat het gewone volk zich bezig hield met het beoefenen van vechtkunsten. De beoefening van subak als vorm van volksvermaak won aan populariteit. Het werd zelfs zo populair om op deze wedstrijden te wedden, dat de regering zich genoodzaakt zag dit uiteindelijk te verbieden. Het gaat hierbij om subak als methode van ongewapend vechten. De technieken van subak splitsten zich aan het eind van de Goryeo-dynastie en het begin van de Joseon-dynastie in twee afzonderlijke systemen, taekgyeon en yusul.
Joseon era
Er wordt in boeken en officiële documenten uit de Joseon-dynastie vaak melding gemaakt van taekgyeon als vorm van volksvermaak. Op diverse afbeeldingen en schilderijen uit deze periode zien we dan ook taekgyeon beoefenaars bezig met de vechtkunst. Op het schilderij Dae Gwae Do uit 1864 van de schilder Yu Suk (1827-1873) zien we Koreanen, omringd door toeschouwers, die bezig zijn met ssireum (worstelen) en taekgyeon.Van 1592 tot 1598 werd Joseon tot twee keer toe aangevallen door Japan. In Japan was het Toyotomi Hideyoshi die na jaren van oorlog een hereniging had bewerkstelligd. Hij richtte nu zijn pijlen op het vasteland van China en wilde Korea als springplank gebruiken. Rond deze tijden waren het de Portugezen geweest die het musket hadden geïntroduceerd in Japan. Dit wapen gaf de Japanse legers een enorm voordeel op de Koreanen.
Het lukte de Koreanen uiteindelijk toch om, met de hulp van China, de Japanners terug te dringen. Een belangrijke rol in deze strijd was weggelegd voor de Koreaanse admiraal Yi Sun Sin en zijn beroemde schildpadschepen (geobukseon). Deze schepen waren voorzien van een bepantsering waardoor ze de Japanse kanonskogels konden weerstaan. De oorlog kostte vele levens en veel Koreaanse culturele schatten gingen verloren of werden door de Japanners meegenomen.
Hoewel veel belangrijke ontwikkelingen plaatsvonden tijdens de Joseon-dynastie, wordt deze periode gezien als één waarin de Koreaanse vechtkunsten aftakelden. De Joseon samenleving was gestoeld op de principes van het neo-Confucianisme, een doctrine die academische vooruitgang voorstaat en niet die van militaristische. Zo was het tijdens de Joseon-dynastie aan edelen niet toegestaan om er privé legers op na te houden. Hiermee werd de kans op rebellie aanzienlijk verkleind. Het feit dat de Joseon-dynastie dan ook zo lang heeft stand gehouden (het is de langst durende dynastie ooit), is dan ook niet te danken aan een sterk militair apparaat maar vanwege de complexe gelaagdheid van de samenleving.
De Confucainistische leiders schreven echter wel diverse verhandelingen over en handleidingen voor het militaire apparaat van Joseon. Het zijn dan ook deze boeken die ons veel inzicht kunnen verschaffen in de Koreaanse vechtkunsten uit deze tijd. We kunnen uit deze boeken precies leren hoe de Koreanen vochten. En omdat de boeken ook ingaan op de methodes die in omringende landen werden gebruikt, leren we over de vechtkunsten van deze landen en hoe de Koreanen zich hier tegen verdedigden.
Vechtkunst handleidingen
In 1593 lukte het de Koreanen met de hulp van de Chinese legers onderleiding van generaal Li Rusong om de stad Pyongyang te heroveren op de Japanse bezetter. Deze generaal Li Rusong was van Koreaanse afkomst en tijdens één van de vele veldslagen leerden de Koreanen dat hij gebruik maakte van een Chinese strategische handleiding, Jixiaoxinshu geschreven door de Chinese militaire strateeg Qi Jiguang.Toen koning Seonjo van Joseon (1567-1608) dit te horen kreeg, gaf hij de generaals aan het of de opdracht om dit boek te bestuderen. Dit leidde uiteindelijk tot de creatie van een Koreaanse militaire handleiding, Muyejebo, in 1599 door Han Gyo. Han Gyo was getraind in verschillende wapens door de Chinezen. In de Muyejebo staan methodes beschreven voor het trainen met zes verschillende wapens, waaronder de lange stok, de speer en de drietand.
Het was prins Sado (1735-1762) die het initiatief nam om het leger en hun methodes te reorganiseren. Hij voegde twaalf extra methodes toe en publiceerde deze in 1759 in het boek Muyesinbo als de Bonjomuyesibpalban, de 18 militaire klassen. Belangrijke toevoegingen zijn het hoofdstuk over Bongukgeom en Jedokgeom, het admiraalszwaard van generaal Li Rusong. In 1791 vormen beide boeken, samen met andere Koreaanse, Chinese en Japanse militaire handleidingen, de basis voor de rijk geïllustreerde Muyedobontongji.
In de Muyedobotongji worden dus niet alleen Koreaanse methoden beschreven. De meeste methoden en wapens zijn van Chinese of Japanse oorsprong, waarop het hoofdstuk over Bongukgeom natuurlijk de duidelijkste uitzondering is. Van de 18 methoden die beschreven worden, gaat er maar één over het ongewapende gevecht, de andere hoofdstukken gaan ondermeer over zwaardvechten, zowel met één als twee zwaarden, speervechten en het strijden te paard. De technieken die getoond worden in het hoofdstuk over ongewapend vechten, Gwonbeop genaamd, zijn van Chinese herkomst. Volgens de Muyedobotongji dienen soldaten eerst getraind te worden in vormen van ongewapend vechten als voorbereiding op het vechten met wapens.
Moderne Koreaanse vechtkunsten
Van 1910 tot 1945 werd Korea bezet door Japan. Dat deze langdurige bezetting niet zonder gevolgen was, spreekt welhaast voor zichzelf. De Japanners probeerden de Koreanen te assimileren en verboden het trainen van Koreaanse vechtkunsten. Ook werd het Koreaanse leger ontbonden, waardoor veel militaire kennis verloren ging. Het onderwijs naar Japanse wijze hervormd en op scholen werd lesgegeven in Japanse vechtsporten als kendo en judo.De geschiedenis van iedere moderne Koreaanse vechtkunst begint dan ook tijdens of vlak na de Japanse bezetting, en zijn vrijwel allemaal in meer of mindere mate beïnvloed door de Japanse vechtkunsten. Zij het door Japanse leraren die naar Korea kwamen of door Koreanen die in Japan gingen studeren.
Na de bevrijding werd de link met deze Japanse vechtkunsten door veel leraren ontkend. Zij beweerden dat hun systeem ontstaan was uit oudere Koreaanse systemen zoals subak. Hoewel het natuurlijk begrijpelijk is dat men na zoveel jaren van onderdrukking afstand wilde doen van de gevolgen van de Japanse bezetting, blijft het een feit dat de Japanse vechtkunsten in deze periode een blijvende invloed hebben gehad op de ontwikkeling van moderne Koreaanse vechtkunsten. Ondanks deze invloed hebben veel moderne Koreaanse vechtkunsten zich ontwikkeld tot unieke vechtkunsten met hun geheel eigen karakter. Een proces dat ook tegenwoordig nog steeds plaats vindt. De Koreaanse vechtkunst beoefenaars verdiepten zich in documenten als de Muyedobotongji en gebruikten deze als leidraad om hun eigen systemen te hervormen. Ook bleek dat de Japanse bezetting niet alle sporen had uit kunnen wissen, en leraren met kennis van de taekgyeon en sibpalgi gaven deze door aan hun leerlingen. Op deze manier ontstonden drie stromingen binnen de Koreaanse vechtkunsten, de traditionele Koreaanse vechtkunsten met hun wortels direct in de methodes van voor de Japanse bezetting, de moderne Koreaanse vechtkunsten met Japanse invloeden die zichzelf echter op hun eigen wijze verder ontwikkelden en de Japanse vechtkunsten die tijdens de bezetting waren geïntroduceerd. Taekgyeon en sibpalgi zijn voorbeelden van traditionele Koreaanse vechtkunsten, taekwondo en hapkido van moderne Koreaanse vechtkunsten en yudo is de Koreaanse naam voor het Japanse judo.
Dat de claims op authenticiteit lang niet altijd berusten op historische feiten mag niet ongenoemd blijven. Vooral in de jaren kort na de bezetting, maar helaas ook tegenwoordig nog, werden verhalen verzonnen waaruit moest blijken dat de oprichter van een nieuwe vechtkunst zijn technieken had geleerd via een lange lijn van Koreaanse leraren die reikte tot aan de hwarang van Silla. Ook werd de Muyedobotongji meer dan eens aangehaald als bron voor Koreaanse zelfverdedigingskunsten als taekwondo en hapkido, waar de link domweg niet bestaat.
Het plaatsen van de term do aan het einde van de naam van een vechtkunst is iets typisch Japans. Traditioneel werden in Korea vechtkunsten aangeduid als muye en een verzameling van technieken als musul.
Een andere populaire visie is dat alle Japanse vechtkunsten oorspronkelijk via Korea aan Japan waren doorgegeven. Vooral de val van Baekje en de emigratie van veel Baekje Koreanen 13 eeuwen geleden naar Japan wordt aangegrepen als bewijs voor deze stelling. Net zoals Japan zich de Baekje cultuur eigen maakte en aanpaste naar hun eigen behoeften, zo vormden ook de Koreanen de Japanse vechtkunsten later weer om in iets wat in hun behoeften voorzag. De overeenkomsten tussen de vechtkunsten van beide landen zijn net zo groot als de verschillen. Verder is het belangrijk om op te merken dat het een recente ontwikkeling is om over vechtkunsten te praten als zijnde Japans, Koreaans of Chinees. De redenen om dit te doen zijn vaak van nationalistische aard. Welke Nederlander hoor je klagen over het feit dat ons leger Amerikaanse tanks gebruikt in plaats van een nationaal product? Zo gold het ook voor de militairen van de Joseon-dynastie, ze gebruikten die technieken die het effectiefst waren.
Hapkido
Hapkido werd in Korea geintroduceerd door Choi Yong-sul (1904-1986). Choi bracht vanaf zijn vroege jeugd een groot deel van zijn leven door in Japan. Na de oorlog, Choi was toen dus 41 jaar, besloot hij om terug te keren naar Korea. Weinig is bekend over de tijd die hij in Japan doorbracht. Beweerd wordt dat hij getraind heeft onder Takeda Sokaku, een beroemde Japanse leraar, maar schriftelijk bewijs hiervoor bestaat niet.Wel werd al snel duidelijk dat Choi een getalenteerde vechtkunstenaar was. Het systeem waar Choi les in gaf werd oorspronkelijk yawara genoemd, later werd de naam veranderd in hapki yusul en hapki yukwonsul en uiteindelijk in hapkido. Leerlingen van Choi zorgden voor de verspreiding van hapkido door Korea en uiteindelijk de wereld. Daarbij werden veel technieken aan het oorspronkelijke systeem toegevoegd, de vele traptechnieken zijn hiervan een duidelijk voorbeeld. Vaak werden deze technieken toegevoegd als verdediging op technieken van andere vechtkunsten, hierdoor groeide hapkido uit tot een zeer uitgebreide vechtkunst. De persoon die door de meeste mensen gezien wordt als de grote motivator is Ji Han-jae, waarbij sommigen zelfs zo ver gaan hem de echte stichter van hapkido te noemen. Beter is het om te zeggen dat hapkido niet door één persoon uitgevonden is, maar dat het door meerdere mensen ontwikkeld is met de technieken van Choi Yong-sul als basis. In 1983 kreeg Ji Han-jae zijn tiende dan van de IHF.
Het was de Koreaanse leraar Myung Jae-nam die de Internationale Hapkido Federatie oprichtte, waar onze school lid van is. Deze grootmeester bracht veel verbeteringen aan en ontwikkelde zo zijn eigen stijl. Deze stijl noemde hij hankido.
Na de Koreaanse oorlog in 1950 verspreidde hapkido zich over de wereld. Koreaanse meesters trokken naar andere landen om daar les te geven. Zo onstonden de eerste hapkido scholen (dojang) buiten Korea.
De snelle ontwikkeling in vooral de jaren zestig en zeventig zorgde echter ook voor veel onrust, waardoor nieuwe organisaties ontstonden. Een aantal pogingen om de organisaties weer bij elkaar te brengen, mislukten echter. Ook ontstonden vanuit hapkido weer nieuwe stijlen zoals kuk sool won, hwarang-do, en hankido.


